19 maart 2009 door Harm-Jan Langelaar
Ik heb altijd geloofd dat salaris de vergoeding was die je kreeg voor het offeren van vrije tijd aan je werk. Als je het goed doet wordt je tijd meer waard en als je het niet goed doet niet. Dit heet ook wel loonsverhoging en/of promotie. Nu zijn er ook mensen die salaris krijgen omdat ze vrije tijd opofferen. Punt. Zij krijgen heel veel salaris, maar dit is voor hen geen reden om ook echt hun best te doen. Dat is althans de conclusie die Frank Robbe en Monique Driessen van Watson Wyatt lijken te trekken. Zij stellen namelijk dat het verlagen van bonussen een negatieve uitwerking heeft op de motivatie van topmensen.
Deze tobtopmensen uit het bedrijfsleven zien blijkbaar geen reden om zich uit te sloven op hun werk als daar niet, naast een salaris, een fikse bonus tegenover staat. Misschien moeten we ons even realiseren wat daar de implicatie van is: het zijn kleine kinderen...
We hebben het hier over succesvolle, hoogopgeleide werknemers die zich naar de top van het bedrijfsleven hebben gewerkt. Dit is niet zonder slag of stoot gegaan en vaak werkten ze vele uren meer dan ze betaald kregen. Wat gebeurt er dan wanneer ze eenmaal een hoge positie (en dito salariëring) hebben? Dan blijken ze ineens niet meer te kunnen excelleren zonder dat daar een bonus tegenover staat, zoals een kind zijn mond pas open doet voor de tandarts wanneer hem of haar een lolly in het vooruitzicht gesteld wordt.
Gelukkig zijn er genoeg bedrijven die graag willen betalen voor succes. Zo betaalde AIG de handelaren die het bedrijf de afgrond induwden nog wel snel 165 miljoen dollar aan bonussen uit. Het kost een lieve duit, maar dan heb je als bedrijf natuurlijk wel de meest getalenteerde adviseurs in huis. Stuk voor stuk grote talenten die het bedrijf groot willen maken. Het kind pikte de lolly echter in voordat de tandarts een blik op het gebit had kunnen werpen. De adviseurs maken zich uit de voeten en een garantie van 'niet goed, geld terug' blijkt er niet te zijn.
De lolly die de adviseurs, topmensen en managers moesten stimuleren om -- als een trekpaard -- het bedrijf tegen de berg op te sjouwen blijkt hen op hol gebracht te hebben. De banden met het bedrijf (verantwoordelijkheidsgevoel) worden doorgesneden en blind rennen ze achter de lolly aan. Terwijl zij op de top van de berg tevreden aan hun lolly sabbelen, ligt aan de voet van diezelfde berg het rokende karkas van wat ooit een goed lopend bedrijf was.
Misschien dat het wel goed is om de trekpaarden voorlopig gewoon weer op hooi en wortels te laten lopen.